Recentelijk heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op haar website de voorlopige prijsindexcijfers voor het aankomende jaar gepubliceerd. Dit doet zij op basis van informatie uit de Voorjaarsnota en berekeningen uit het Centraal Economisch Plan (CEP). De voorlopige indexen voor 2027 laten een lichte daling zien ten opzichte van voorgaande jaren. Ook de definitieve indexen van 2026 zijn lager dan de eerder vastgestelde indexen. Dit betekent dat de voorlopige indexen voor 2027 negatief worden gecorrigeerd door correcties uit het voorgaande jaar. Gemiddeld komt de indexering, met een verhouding van 80% personeel en 20% materieel, uit op 3,308%.
Lonen en salarissen stijgen minder hard dan voorzien
De voorlopige personele index (ook wel OVA: overheidsbijdrage voor arbeidskostenontwikkeling) wordt bepaald op basis van de loonkostenontwikkeling in de private sector. Daarmee worden de loonkosten binnen de zorg in verhouding gehouden tot de overige bedrijfssectoren. Veel cao’s lopen af in 2026 en uit de uitkomst van de loonvoorstellen zal moeten blijken of deze passend zijn bij de dekking van de zorgtarieven. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de structurele doorwerking van de cao-afspraken in het huidige jaar. Voor 2027 wordt een loonstijging van 3,96% verwacht. Door het verschil tussen de voorlopige en definitieve index van 2026 wordt de index echter negatief gecorrigeerd en komt deze uit op 3,86%.
| Personele index | Index voorlopig | Index definitief | Gecorrigeerde Index |
| 2027 | 3,96 | 3,86%* | |
| 2026 | 4,24 | 4,14 |
*:1,0414*(1,0396/1,0424)
Materiële kosten stijgen minder hard dan voorzien
Ook de definitieve indexatie voor 2026 op materiële kosten is lager, waardoor de voorlopige indexatie voor 2027 negatief wordt gecorrigeerd. Rekenkundig leidt dit voor 2027 (inclusief correctie 2026) tot een totale indexatie van 1,10%. Vorig jaar bedroeg deze indexatie nog 4,54%.
| Materiële index | Index voorlopig | Index definitief | Gecorrigeerde index |
| 2027 | 1,77 | 1,10%* | |
| 2026 | 2,10 | 1,43 |
*:1,0430*(1,0177/1,0210)
Budgettaire ruimte zorgaanbieders
De voorlopige indexen bepalen in welke mate tarieven door de NZa worden aangepast om stijgende kosten – zoals loonontwikkeling, materiële kosten en inflatie – te compenseren. Voor zorgaanbieders zijn deze indexen een belangrijke factor bij de berekening van hun financiële budgettaire ruimte. Vaak geven de Najaarsnota en de Macro Economische Verkenning (MEV) een betere inschatting van alle kostenontwikkelingen, maar deze komen voor de NZa te laat om te verwerken in de maximale tarieven en de publicatie van beleidsregels.
Bij grote verschillen tussen de berekeningen van de Voorjaars- en Najaarsnota worden de tarieven echter soms alsnog aangepast of ontstaan er aanvullende regelingen. Ook nu, ten tijde van het publiceren van de voorlopige indexen, stijgen de kosten als gevolg van geopolitieke spanningen. Daarmee blijft het afwachten of de voorlopige indexen toereikend zijn en blijven.
De overheid heeft voor het aankomende jaar diverse bezuinigingen aangekondigd. Door de onbekendheid van de hoogte van het (inkoop)richttariefpercentage voor 2027 blijft het totale financiële plaatje onzeker.
Het inkooprichttariefpercentage wordt pas in september 2026 bekendgemaakt. De verwachting is dat dit tariefpercentage gelijk zal blijven of verder zal dalen. Veel zorgaanbieders lijken het jaar 2025 immers positief af te sluiten en alle tijdelijke opslagen van zorgkantoren om het richttariefpercentage van 2026 gelijk te houden aan dat van 2025 komen in principe te vervallen. Het is vervolgens aan de zorgkantoren of zij deze opslagen willen verlengen, beëindigen of budgettair anders willen invullen. Meer informatie hierover zal binnenkort volgen vanuit de diverse inkoopkaders en beleidsstukken van zorgkantoren.
Meer weten? Neem contact op met Folkert-Jan
Meer weten over Folkert-Jan
Folkert-Jan Slagter
business consultant