Op 1 juni publiceren de zorgkantoren hun meerjarige inkoopbeleid voor de langdurige zorg. Vanaf 2027 vinden twee belangrijke beleidswijzigingen plaats die invloed hebben op de hoogte van de tarieven:
- Er wordt gecorrigeerd voor de overlap die is ontstaan tussen het financieringssaldo (financieringsbaten en -lasten) en de 100%‑vergoeding van de NHC en NIC.
- Er wordt meer rekening gehouden met verschillen tussen zorgaanbieders door een verdere clustering van aanbieders.
Hieronder lichten we beide wijzigingen stap voor stap toe.
Corrigeren van de overlap
De eerste beleidswijziging betreft een correctie in het model dat wordt gebruikt om de tarieven vast te stellen. In dit model is sprake van een dubbele behandeling van het financieringssaldo (financieringsbaten minus financieringslasten).
In de oude systematiek worden de kosten gecorrigeerd voor het financieringssaldo om te komen tot zuivere bedrijfskosten van de zorg. Dat lijkt logisch, maar leidt in de praktijk tot een dubbeltelling. Enerzijds worden financieringslasten uit de bedrijfskosten gefilterd, terwijl deze anderzijds via de NHC‑ en NIC‑componenten alsnog zijn opgenomen in de bedrijfsomzet.
In de nieuwe systematiek worden zowel de totale bedrijfskosten als de totale bedrijfsomzet gecorrigeerd voor de NHC‑ en NIC‑baten. Daarmee worden kosten en omzet aan beide zijden ‘geschoond’ en wordt uitgegaan van het zorgresultaat. Het is nog lastig te voorspellen wat dit precies betekent voor de uiteindelijke tarieven, maar zorgkantoren verwachten zelf een lichte daling.
Verdere clustering van zorgaanbieders
Ook de manier waarop zorgaanbieders worden ingedeeld in clusters wordt herzien. In de nieuwe systematiek wordt op meerdere niveaus geclusterd. De eerste clustering blijft gelijk: indeling op basis van sector (V&V, GZ en GGZ). Daarnaast komt er een tweede laag, waarin binnen alle drie de sectoren onderscheid wordt gemaakt tussen intramurale en extramurale aanbieders. Een zorgaanbieder wordt aangemerkt als intramuraal wanneer meer dan 1% van de omzet bestaat uit intramurale prestaties.
Binnen de V&V‑sector wordt bovendien aanvullend onderscheid gemaakt tussen typen extramurale aanbieders. Er wordt een splitsing aangebracht tussen aanbieders met hoofdzakelijk VPT (meer dan 85% van de omzet uit VPT) en aanbieders met een divers extramuraal aanbod.
Belangrijk om te weten is dat deze clusterindeling wordt bepaald op het niveau van de gehele zorgorganisatie en niet per regio. Een zorgaanbieder die actief is in meerdere sectoren, bijvoorbeeld GGZ en V&V, wordt ingedeeld op basis van de totale omzet. Hetzelfde geldt voor de indeling in intramuraal of extramuraal.
Wat kun je de komende periode verwachten?
Op 1 juni publiceert het zorgkantoor het inkoopbeleid en ontvang je bericht in welk cluster jouw organisatie is ingedeeld. Vanaf dat moment heb je twee weken de gelegenheid om vragen te stellen. Op 5 september worden vervolgens de nieuwe richttariefpercentages voor alle zeven clusters bekendgemaakt.
Meer weten? Neem contact op met Jules
Meer weten over Jules
Jules Orval
business consultant