Veel organisaties hebben te maken met loonbeslagen. Daarbij legt een gerechtsdeurwaarder beslag op een deel van het loon van een medewerker. Het deel van het inkomen dat altijd aan de medewerker moet worden uitbetaald, heet de beslagvrije voet. Alles boven de beslagvrije voet valt onder het beslag en moet maandelijks aan de gerechtsdeurwaarder worden afgedragen.
De beslagvrije voet is het minimumbedrag dat iemand nodig heeft voor levensonderhoud en het betalen van vaste lasten.
De hoogte van de beslagvrije voet hangt af van het inkomen van de medewerker. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie inkomensgroepen:
Laag inkomen
Bij een inkomen dat lager is dan of gelijk is aan de toepasselijke bijstandsnorm, bedraagt de beslagvrije voet 95% van het netto inkomen inclusief vakantietoeslag. Dit betekent dat maximaal 5% van het inkomen beschikbaar is voor beslag of verrekening.
Middeninkomen
Bij deze inkomensgroep bestaat nog recht op toeslagen, maar niet meer volledig vanwege de hoogte van het inkomen. De beslagvrije voet bedraagt 95% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, aangevuld met een bedrag dat afhankelijk is van de leefsituatie en de hoogte van het inkomen.
Hoog inkomen
Bij een hoog inkomen bestaat vrijwel geen recht meer op toeslagen. Voor deze inkomensgroep bedraagt de beslagvrije voet 95% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, verhoogd met een vast bedrag dat afhankelijk is van de leefsituatie.
| Leefsituatie | Maximum beslagvrije voet juli 2026 |
| Alleenstaande | € 2.208,48 |
| Alleenstaande met kind(eren) jonger dan 18 jaar | € 2.543,75 |
| Gehuwden zonder kinderen jonger dan 18 jaar | € 2.905,79 |
| Gehuwden met kind(eren) jonger dan 18 jaar | € 3.179,68 |
Meer weten? Neem contact op met Marije
Meer weten over Marije
Marije de Bruijn
senior payroll consultant